Wat ik leer van dansen: fouten maken mag
Sinds ik heb besloten om mijn verhaal opnieuw te vertellen, in het theater, staat mijn hoofd op standje ‘aan’. Alles wat ik meemaak wordt in mijn hoofd een scène, een overgang, een spanningsboog. Mijn dagelijks leven voelt als theater waarin ik de schrijver, de regisseur én het publiek tegelijk ben.
Godzijdank trapte Linda dit weekend op de rem. “Stop,” zei ze (tegen beter weten in). “Zet je hoofd eens uit.” De opdracht voor het weekend: geen telefoon, geen verplichtingen (behalve dansles, maar dat is ontspanning… toch?). Alleen kijken, voelen, samenzijn. Films kijken, bank, loaded fries, wijn, stiltes. Pas toen merkte ik hoe hard mijn gedachten raasden en hoe vol mijn hoofd eigenlijk was. “Even tijd voor ons,” zei ze. En ik dacht: okee, dit is nodig. Even helemaal niks.
De Banaan?
Zaterdagavond films kijken, zondagavond dansles. En ja, voor het eerst in weken kon ik volmondig “ja” zeggen toen de instructeur vroeg of ik eindelijk die stretchoefeningen had gedaan. Ja. Bij de fysio geweest. En ja: ik zit he-le-maal vast.
Dus ik doe ze braaf: de Banaan, de Zonnegroet, de Boze Kat. Alle oefeningen die je kunt bedenken. Mijn lichaam herinnert me eraan dat alles tijd nodig heeft. Tijd om soepel te worden na jaren verkrampt te zijn geweest. Mijn hoofd denkt alles te kunnen plannen, maar mijn lijf denkt daar anders over. En daarom is dansles precies wat ik nu nodig heb: uit mijn hoofd, in mijn lijf.
De dansvloer als spiegel
Dansen lijkt simpel, (tenminste als ik naar de leraren kijk..) maar is genadeloos. Stap, draai, gewichtsverplaatsing, verbinding. Nog een keer. Rust. Tussenstap. Voelen, Erik. Niet denken. Twintig keer achter elkaar. En dan nog eens twintig. En ineens: aha! Een lampje boven mijn hoofd. Ik snap het! Ik doe niet een kunstje na, ik kopieer niet, maar ik snap het! Eureka!
“Linda, stop met helpen,” hoor ik de dansleraar. “Erik, hou op met sturen.” Ik kijk naar haar. “Ze zien echt alles, hoe dan,” fluister ik. Ze giert het uit, en ik geniet van haar lach en glinstering in haar ogen. En ja, dat is precies wat ik moet leren. En eerlijk? Linda ook. Laat mij maar fouten maken, laat me voelen wat ik fout doe, want dan leer ik en kan ik het begrijpen, in plaats van dat jij het oplost voordat het gebeurt.
Terwijl ik haar aanspoor uit haar ‘hulphond-modus’ te komen, besef ik dat dit ook voor mezelf geldt: rustig maar Erik. Laat jezelf maar wankelen, laat jezelf uit balans brengen. Gun jezelf wat extra tijd, door een tussenstap te nemen. Het hoeft echt niet perfect. Dat voelt ongemakkelijk, raar en genant, maar het is precies wat ik nodig heb. Na jaren keihard zijn voor mezelf, gun ik mezelf eindelijk ruimte om te proberen. En dat gevoel wil ik vasthouden, ook als mijn hoofd straks weer op standje ‘aan’ gaat voor de voorstelling.
Mijn hoofd stopt nooit
Een paar maanden geleden dacht ik, na net een glas wijn teveel: “Laat ik eens een privédansles Kizomba boeken. Dat is echt een goed idee.” Nu sta ik hier, klotsende oksels en met puberale onzekerheid, en doe ik het gewoon. En ik besef: zo moet mijn nieuwe voorstelling worden. Rauw, intiem en nodig. En dus niet glad of perfect.
De dansvloer is een spiegel. Alles wat ik probeer te controleren, staat daar in zijn blootje. Alles wat ik voel, denk en probeer te beheersen, zie ik terug. Precies dat wil ik straks ook op het podium: geen eindeloos geregisseerd succesverhaal, maar ruimte laten voor het echte, het rauwe, het onvoorziene.
Fouten maken is leren
Keiharde eerlijkheid: ik heb een bloedhekel aan fouten. Zeker sinds Afghanistan. Te lang dacht ik dat ik alles zelf moest oplossen, dat ik perfect moest zijn. Dansen leert me nu het tegenovergestelde: fouten maken en zelfs falen is onderdeel van het proces.
Linda helpt me door niet te helpen. Ze laat me klungelen, uit balans raken, in de knoop komen met mijn voeten. En ik leer ervan. Ik durf te openen, te experimenteren, variaties te maken. Er gebeurt niets als het misgaat. Geen ramp, geen consequenties, geen oordeel. Voor het eerst sinds lange tijd mag ik fouten maken. En dat is goud waard. En dat gevoel wil ik meenemen naar het theater.
De kern van het proces
Op de dansvloer komt alles samen: rust nemen, loslaten, vertrouwen, experimenteren. Gewoon doen en voelen. De lat laag leggen. Mag best heel laag. Het hoeft niet perfect. Dat is wat ik mezelf keer op keer inprent en wat ik aan het publiek wil meegeven: je bent niet stuk of kapot als iets niet lukt. Je bent een mens.
En heel eerlijk? Het voelt als een overwinning. Een aha-moment in mijn hoofd dat ik nog steeds groei. Net als mijn verhaal. Het is niet af, het is nooit af, en dat maakt het juist zo krachtig.
En nu?
Mijn hoofd staat alweer aan, het verhaal groeit, en ik weet dat er nog veel momenten gaan komen waarop ik wankel, struikel, faal. Maar daar leer ik van. En dat proces wil ik met jullie delen. Ik hoop volgende week een eerste kijkje achter de schermen te kunnen laten zien..