De illusie van controle
De illusie van controle… In veruit de meeste rollen die ik in mijn leven vervuld heb (militair, operatieassistent, en alter als schrijver, theatermaker en ondernemer) stond altijd één ding centraal: controle houden over situaties en over mezelf. Emoties onderdrukken, structuur aanbrengen en risico’s vermijden. De taal van leiderschap die we collectief goed verstaan: beheersing, grip en richting geven. Dit alles veranderde toen ik op een zomerse middag in een zaal in Enschede iets totaal anders leerde. Tijdens een heuse dansles.. Onschuldig? Dat zou je denken, maar het was waarschijnlijk de meest confronterende spiegel tot nu toe.
Lichaamstaal als spiegel van leiderschap
Daar stond ik dan. Wiebelig, onzeker en onwennig. Met mijn hart dat bonsde in mijn keel en het zweet dat me van mijn hoofd gutste. Samen met mijn vrouw, die naast me op en neer stond te hupsen. Vol enthousiasme. En twee dansleraren met een duidelijke opdracht voor me: “Laat je leiden, of beter: leid zó, dat de ander zich veilig genoeg voelt om je te volgen.” En dat dan ook nog eens zonder woorden, zonder script of scenario en zonder plan.
Alles in mij schoot in de weerstand. Iedere vezel in mijn zijn protesteerde en ik schoot in blinde paniek, want dit heb is onbekend terrein. Geen therapie heeft me dit geleerd (en geloof me, daar heb ik er nogal wat van gehad tijdens mijn proces van het leren leven met PTSS). Dit was kwetsbaar, ongecontroleerd en pijnlijk zelfs, maar juist in dat ongemak begon ik ergens te begrijpen wat leiding geven echt betekent.
Leiderschap is in essentie een lichamelijke ervaring. Het gaat niet alleen maar om richting te geven, iets dat ik altijd dacht. Het gaat om afstemmen en dat is meer dan in je hoofd besluiten, Het gaat ook om voelen.
Wat ik die middag ervoer, bleek pijnlijk relevant voor hoe we omgaan met trauma, zorg, onderwijs en zelfs politiek. We willen altijd met zijn allen controle houden, terwijl alles om je heen vraagt (schreeuwt zelfs) om te bewegen.
Controle als overleving